Fotograaf: Martin Oudshoorn



Leids Cabaret Festival

Finale Leids Cabaret Festival 2018

Gezien op: 17-02-2018 Leidse Schouwburg te Leiden


In Tour de Francetermen kan het Leids Cabaret Festival (LCF) worden beschouwd als de strijd om de witte trui: voor winnaars van dat klassement ligt veelal een voorbeeldige toekomst in het verschiet. Zo wonnen onder meer Micha Wertheim, Erik van Muiswinkel en Lebbis & Jansen ooit het LCF. Dit jaar vond alweer de veertigste editie plaats van een uit de hand gelopen activiteit van de studentenvereniging Augustinus.

Het oorspronkelijke doel van het festival was om het maatschappelijk geëngageerde cabaret te stimuleren. Na vier decennia lijkt met name de maatschappelijke betrokkenheid leidend te zijn, want de juryprijs werd gewonnen door Farbod Moghaddam, een dertigjarige Nederlandse-Iraniër die als kleuter naar Nederland vluchtte en daaromtrent een programma creëerde.

Positieve discriminatie

Moghaddam opende de finale met zijn programma ‘Gelukstreffers’, dat een aangrijpend begin kent: zijn ervaringen als vijfjarige vluchteling. Bij aankomst in Nederland werd hij samen met zijn ouders in een gevangenis ondergebracht. De Nederlandse-Iraniër beschrijft die periode geregeld geestig: “Farbod: Waarom ben jij hier in het asielzoekerscentrum? Vluchteling I: Ik ben gevlucht voor oorlog. Farbod: En waarom jij? Vluchteling II: Ik voor hongersnood, en jij Farbod? Farbod: Ik ben gevlucht om witte meisje te neuken en banen te stelen.” Een sterk begin.

Niettemin bestaat er ook zoiets als de tocht van opening naar het slot, wat zo’n 80-90% van een cabaretvoorstelling beslaat. Dat gedeelte was soms rommelig, niet bijzonder grappig en had meer dan eens een triviale moralistische boodschap: Volgens Moghaddam is Mark Rutte een beetje een rechtse onsympathieke lul, tja. Zijn mimiek en stemmetjes zijn daarentegen meermaals hoogstaand, net zoals het einde van zijn show dat onverwacht poëtisch is.

Waar Moghaddam in het middendeel van zijn programma af en toe krampachtig wij-zij situaties schetst en daarmee de identiteitsproblematiek schampt, daar bedient hij het publiek tijdens zijn slotmonoloog van doordachtere dichotomieën: “ […] Dit is voor de mensen die naar cabaret gaan voor de inhoud en de rode draad, en dit is voor de mensen die gaan voor de vorm en de schoonheid. […] Wij zijn gelukstreffers.” Een aardig commentaar op de hokjesgeest.

Intrigant als deeltijdfunctie

Voor de drie jongens van ‘Jeroens Clan’ was nadien het podium gereserveerd. Over hun afkomst, omgeving Eindhoven, zwegen zij niet: integendeel. Zo was Bram Kroon een boze burger uit Brabant, werkzaam voor de auto- en vrachtwagenfabrikant DAF en hanteerde hij uitsluitend zeer humoristische volkslogica. Lijnrecht daartegenover stond Jip de Poorter, die de genuanceerde en ietwat elitaire academicus speelde. Matthias Tuns vervulde de rol van intrigant, wat betekende dat hij doelbewust verdeeldheid zaaide tussen Bram en Jip. De daaropvolgende conflicten gingen onder andere over de AOW-leeftijd en het klimaat en werden afgewisseld met amusante liedjes.

Elke intrigant heeft een motief, wat Matthias openbaarde in de slotscène: “Het publiek wil sensatie en dus conflict zien. Wij hebben het publiek nodig dus ik creëer verdeeldheid.” Wellicht was die bedachtzame driehoeksverhouding de jury niet terdege opgevallen, want zij stelde in haar rapport dat de dynamiek van de groep “in het vervolg wel iets afwisselender mag zijn”. Bij een afwisselendere dynamiek zou de gehele opzet van de voorstelling echter verloren gaan: intrigant is bij uitstek geen deeltijdfunctie.

Op het eerste oog is Jeroens Clan wellicht wat ongepolijst en jolig. Deels is dat toe te schrijven aan hun leeftijd – midden twintig – en aan hun energieke manier van spelen. Als echter dieper wordt gekeken, bijvoorbeeld naar het lied over Action Annie en Nukkige Nico, dat in essentie gaat over lullige huwelijken en de idiotie achter consumentisme, en daarbij de kiene structuur van de voorstelling alsmede het zeer hoge lachgehalte worden opgeteld, dan is het opmerkelijk dat de cabaretformatie geen enkele prijs heeft gewonnen op het LCF. Want, de publieksprijs ging dit jaar naar Kasper van der Laan, die daar in eerste instantie semi-teleurgesteld op reageerde.

Ervaringsdeskundige

Van de drie finalisten was Van der Laan degene met de meeste vlieguren. Zo speelde hij al eerder dubbelprogramma’s met onder andere Daniël Arends en Hans Sibbel. En die ervaring was duidelijk waarneembaar, want zijn voorstelling ‘Gewapend Karton’ deed het sterkst denken aan een volwaardig theaterprogramma.

Van der Laan’s voorstelling gaat over durf en in het bijzonder over assertiviteit. In zijn show speelt hij een verlegen personage dat naar een assertiviteitscursus is gegaan, wat het publiek in het begin ter ore komt. Tijdens het slot van zijn programma gaat het schuchtere, maar in assertiviteit onderwezen jongetje naar de supermarkt, om zijn opgedane vaardigheden op de proef te stellen: een pak halfvolle melk kopen.

Aanvankelijk loopt het jongetje onbedoeld met een pak karnemelk de winkel uit, waarna plotsklaps de cursusidealen tot hem doordringen: hij besluit naar de helpdesk te gaan om het pak om te ruilen. Aldaar geraakt hij in een discussie met een medewerker (en tevens assertiviteitscursist) omdat hij geen passende omruilreden heeft. Even later beslist hij echter om het pak toch niet om te ruilen, want: “dat bepaal ik zelf wel”.

Van der Laan’s stijl is absurdistisch en hij beroept zich op dagelijkse situaties. Dan beschouwt hij de wereld en laat hij zien hoe fragiel de betekenis is die mensen aan een bepaalde gebeurtenis schenken. Dat doet hij bijvoorbeeld wanneer hij uitlegt hoe het klimaatprobleem kan worden ingeperkt. Volgens Van der Laan veegt vrijwel iedereen één keer te veel zijn billen af: mensen stoppen pas met vegen als ze een schoon stuk wc-papier treffen (nadien ze een aantal keer geveegd hebben): de laatste veeg is feitelijk onnodig. Als iedereen wat meer lef zou hebben en op intuïtie die keer te veel vegen achter wegen zou laten, zo stelt hij, dan zou dat vele bomen schelen: een intelligente en geestige beschouwing.

Le maillot blanc

De jury van een festival dat maatschappelijk geëngageerd cabaret zeer hoog acht, staat wat objectiviteit betreft deels in een patstelling. Ligt de nadruk op ‘maatschappelijk engagement’ en op een aangrijpend maar technisch minder uitgewerkt en niet bijzonder humoristisch verhaal, of op ‘cabaret’ en dus op geestige bespiegelingen over menselijkheid?

Het LCF vermeldt ook een stimulerende rol in haar statuten. Daaruit volgt dat het festival er is voor aanstormend talent: een gevestigde kracht behoeft geen stimulatie, hooguit heeft een mastodont dat nodig. In de Ronde van Frankrijk wordt de witte trui gewonnen door de snelste wielrenner jonger dan 26 jaar. Na die leeftijd telt voor Tour de Francedeelnemers louter het geel. Van Der Laan heeft de nodige ervaring en is bijna 37 jaar, de jongens van Jeroens Clan zijn om en nabij de 25 jaar oud. Toch moet aan dit gegeven niet te zwaar worden getild: het gaat per slot van rekening om het niveau van de voorstelling, niet om het geboortejaar en het curriculum van de maker.

De jury en het publiek waren het dit jaar in ieder geval niet met elkaar eens. Waar toeschouwers nauwelijks moesten grinniken om Moghaddam, maar het hardst moesten lachen om Jeroens Clan, daar kreeg Van der Laan de publieksprijs: een democratische kwestie. Wellicht had de jury haar maatschappelijke betrokkenheid wat minder letterlijk moet nemen, en misschien had het publiek wat meer naar haar eigen gelach moeten luisteren. Dan waren beide prijzen naar twee andere winnaars gegaan: een witte trui met een geel randje en zuidelijke volksvertegenwoordigers.




Mark Coelen




Deze pagina is onderdeel van de website www.cabaret.nl.
De cabaret-database van Nederland.
Een actueel overzicht van cabaret, kleinkunst en stand-up comedy.
 
Kijk op cabaretmatch.nl voor meer informatie over theater op maat, cabaret op maat of een muziekoptreden voor een congres, symposium of feest op maat.